⚓ Vaarbewijs 1
← Alle onderwerpen

BPR: algemene bepalingen & definities

Wat is het BPR, waar geldt het, en welke kernbegrippen moet je kennen voor de rest van de leerstof.

Les 1

Wat is het BPR en waar geldt het?

Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) is het verkeersreglement voor de Nederlandse binnenwateren. Het is voor de waterkant wat de wegenverkeerswet is voor de weg: het regelt wie waar mag varen, wie voorrang heeft, welke tekens en lichten je moet voeren en hoe je je in noodgevallen gedraagt.

Waar geldt het BPR?

Het BPR geldt op alle Nederlandse binnenwateren, met een paar uitzonderingen waar een ander reglement geldt:

  • RPR (Rijnvaartpolitiereglement) — op de Rijn, Waal en Lek
  • SRKGT — op het Kanaal van Gent naar Terneuzen
  • Scheepvaartreglement Westerschelde — op de Westerschelde
  • Scheepvaartreglement Eemsmonding — op de Eemsmonding

Voor het Klein Vaarbewijs 1 staat het BPR centraal. Je hoeft de andere reglementen niet uit je hoofd te kennen, maar wel te weten dát ze bestaan en waar ze gelden.

Hoofdstukken in het BPR

Het reglement is opgebouwd uit hoofdstukken. De belangrijkste voor jou:

  • Hoofdstuk 1 — Definities en algemene bepalingen
  • Hoofdstuk 3 — Tekens en lichten op schepen
  • Hoofdstuk 4 — Geluidsseinen en marifoon
  • Hoofdstuk 6 — Vaarregels (uitwijken, voorrang, oplopen)
  • Hoofdstuk 7 — Ligplaats nemen
  • Hoofdstuk 9 — Bijzondere bepalingen kleine schepen / snelle motorboten
Les 2

Verantwoordelijkheid van de schipper

Volgens artikel 1.02 BPR moet elk schip onder leiding staan van een schipper die geschikt is om het schip te voeren en die het reglement kent. De schipper is verantwoordelijk voor:

  1. Het schip zelf — toestand, uitrusting, veiligheid aan boord.
  2. De opvarenden — voldoende zwemvesten, juiste gedragsinstructies.
  3. De vaart — voldoende vooruitzien, snelheid aanpassen aan zicht en omstandigheden.
  4. De naleving van het BPR — ook als de schipper het roer tijdelijk afstaat blijft de hoofdverantwoordelijkheid bij hem of haar.

Algemene zorgplicht (art. 1.04)

De schipper moet alle voorzorgsmaatregelen nemen die door de algemene plicht tot waakzaamheid en door goed zeemanschap worden geboden, om in het bijzonder te voorkomen dat:

  • mensenlevens in gevaar worden gebracht;
  • schade aan andere schepen, oevers of werken wordt veroorzaakt;
  • de scheepvaart wordt belemmerd;
  • het milieu wordt verontreinigd.

In gewoon Nederlands: ook als een regel iets letterlijk toestaat, mag je het niet doen als het gevaarlijk of hinderlijk is. Goed zeemanschap gaat boven de letter van de wet.

Bijzondere voorvallen (art. 1.16)

Bij een aanvaring of ander incident moet de schipper:

  • Hulp bieden aan personen in gevaar.
  • Naam en thuishaven van het eigen schip melden.
  • Bij ernstige schade of letsel de bevoegde autoriteit waarschuwen (politie, KNRM, sluiswachter).
Les 3

Belangrijke definities die je moet kennen

Het BPR begint (art. 1.01) met een lange lijst definities. Niet alle hoef je uit je hoofd te kennen, maar deze wél:

Klein schip

Een schip met een lengte kleiner dan 20 meter, met uitzondering van:

  • Sleepboten, duwboten en passagiersschepen
  • Veerponten en vissersschepen
  • Schepen die meer dan 12 passagiers vervoeren

Alles wat geen klein schip is, is in BPR-termen een groot schip. Dat onderscheid is cruciaal: kleine schepen wijken vrijwel altijd uit voor grote schepen.

Snel motorboot

Een klein motorschip dat sneller kan varen dan 20 km/u (ongeveer 11 knopen). Let op: het gaat om de mogelijke snelheid, niet de feitelijke snelheid op dat moment. Een snelle motorboot heeft extra verplichtingen (denk aan: vaarbewijs vanaf 15m of >20 km/u, registratieplicht).

Zeilschip

Een schip dat alléén onder zeil vaart. Zodra de motor aanstaat, óók wanneer de zeilen nog hangen, ben je in BPR-zin een motorschip.

Doorgaand verkeer / hoofdvaarweg

De doorgaande route op een vaarweg, vaak langs de stuurboordswal (rechterwal). Schepen op een nevenvaarweg of zijwater die uitvaren op een hoofdvaarweg, moeten daar voorrang verlenen.

Stilliggen

Stilliggen heet alleen "stilliggen" als je vastligt aan een wal, paal of anker. Niet als je opgehouden vaart maar nog stuurloos drijft — dan ben je gaande.

Gaande

Een schip is gaande zodra het niet ten anker, gemeerd of aan de grond ligt. Een drijvende motorboot zonder vaart in het water is dus "gaande, maar geen vaart lopend".

Schip in bedrijf

Bijvoorbeeld een baggerschip of dukdalfschip dat aan het werk is. Vaak voert zo'n schip aparte tekens en heeft het voorrang op gewone schepen.

Klaar met lezen? Test wat je onthoudt.

Oefenvragen van dit onderwerp →