⚓ Vaarbewijs 1
← Alle onderwerpen

Ligplaats nemen & ankeren

Waar je mag aanleggen of ankeren, en de regels rond meerpalen, sluizen en bruggen.

Les 1

Waar mag je ligplaats nemen?

Niet overal mag je aanleggen of voor anker gaan. De hoofdregel is: je mag overal liggen waar het niet expliciet verboden is en waar je geen ander verkeer hindert.

Standaard verboden

  • In de vaargeul zelf.
  • Bij scherpe bochten en bij kruisingen.
  • In de uitvaart van haven, sluis, brug (denk aan ruimte voor manoeuvreren).
  • Onder kabel- en kabelbaanwerken, stuwen en gemalen.
  • Bij borden A.5 (verboden ligplaats), A.6 (ankeren verboden) of A.7 (afmeren verboden).

Wel toegestaan

  • Langs aangewezen ligplaatsen (E.5/E.6/E.7 borden, vaak met witte P op blauw).
  • Aan een wachtsteiger voor een sluis of brug.
  • In een haven (uiteraard, mits met toestemming als het privé is).

Goed zeemanschap bij aanleggen

  • Kies een plek waar je geen ander verkeer hindert.
  • Houd voldoende ruimte voor passerende schepen.
  • Leg correct vast: bij voorkeur 2 lijnen (voor + achter), en bij wind/stroming een springlijn.
  • Plaats stootwillen tussen schip en wal.
Les 2

Ankeren — wanneer en hoe

Soms is aanleggen aan een steiger niet mogelijk. Dan kun je ten anker gaan.

Wat is geschikt ankergrond?

  • Zand, klei en grind houden goed vast.
  • Modder en steen zijn slechter.
  • Vraag bij twijfel een lokale schipper of raadpleeg de waterkaart.

Hoe lang moet de ankerketting?

Vuistregel: 3 tot 5 keer de waterdiepte op stilstaand water. Bij golfslag of stroming meer (tot 7×).

Veiligheidstips

  • Ankerlicht voeren 's nachts: 1 wit rondom-schijnend licht.
  • Bal als dagteken overdag.
  • Plaats het anker zorgvuldig en check na ~15 min of het schip drijft (peil twee landpunten).
  • Hou bij stroming boeg in de stroom — anker werpen vanaf de boeg.

Ankerverboden

  • Bij borden A.6.
  • In gebieden met onderwaterkabels of leidingen — meestal gemarkeerd op kaart.
  • In drukke vaarwegen of nabij brug/sluis-uitgangen.
Les 3

Sluis- en brugprotocol

Bij een sluis of beweegbare brug krijg je te maken met wachten, melden en correct invaren.

Aankomen

  1. Marifoonkanaal lezen op het bord bij het object. Veel sluizen werken met VHF 22, 18 of een lokaal kanaal.
  2. Wachtsteiger gebruiken als die er is — leg aan tot het sein op groen springt.
  3. Sein in de gaten houden: rood = wachten, rood+groen = klaarmaken, groen = invaren.

In de sluis

  • Langzaam invaren, anders ontstaat golfslag.
  • Lijnen klaar voor vóór en achter, vaak met midscheepslijn.
  • Motor af of stationair zodra je vast ligt.
  • Volg aanwijzingen van de sluiswachter.

Uitvaren

  • Wacht tot het groene sein.
  • Snelheid pas opbouwen ná de sluiskolk om golfslag te voorkomen.

Brug

Bij een beweegbare brug geldt vergelijkbaar protocol. Sommige bruggen openen op vaste tijden, andere op aanvraag (marifoon of bel). Lees het ANWB-vaargids of de Almanak voor jouw water.

Klaar met lezen? Test wat je onthoudt.

Oefenvragen van dit onderwerp →