Navigatielichten van klein vaartuig
Tussen zonsondergang en zonsopkomst, en bij slecht zicht overdag, moet elk schip de juiste lichten voeren. Voor klein vaartuig zijn de volgende combinaties belangrijk.
Klein motorschip (varend)
- Toplicht wit, vóór op het schip, zichtbaar over een boog van 225° (van recht voren tot 22,5° achter dwars aan beide kanten).
- Heklicht wit, achter, zichtbaar over 135° (recht achter, 67,5° aan elke kant).
- Boordlichten: groen aan stuurboord, rood aan bakboord, elk over 112,5°.
Een klein motorschip korter dan 7 meter dat niet harder vaart dan 7 knopen (≈13 km/u) mag volstaan met één wit rondom-schijnend licht.
Klein zeilschip (varend, alleen zeil)
- Boordlichten groen/rood + heklicht wit
- Geen toplicht (dat is voor motorvoortstuwing)
- Of: drie-kleurenlamp in top (rood/groen/wit) — gecombineerd in één lamp boven in de mast, alleen voor zeilschepen < 20 m.
Geankerd / aan de grond
Een schip dat ten anker ligt voert één wit rondom-schijnend licht ('s nachts), zichtbaar over 360°. Op een ankerplaats die door verkeerstekens is aangewezen mag dat soms achterwege blijven — maar altijd op niet-aangewezen plaatsen.
Geheugentip
"Rood links, groen rechts" — net als bij vliegtuigen. Rood = bakboord (de tegenligger ziet rood = stop), groen = stuurboord (vrij om door te varen voor jou, mits de regels dat toelaten).