⚓ Vaarbewijs 1
← Alle onderwerpen

Veiligheid aan boord

Zwemvesten, brandbestrijding, persoon-overboord en basis-EHBO op het water.

Les 1

Zwemvesten en reddingmiddelen

Aan boord moet voor elke opvarende een passend zwemvest of reddingvest aanwezig zijn.

Soorten vesten

Type Norm Geschikt voor
Zwemhulp (50 N) binnenwater, goed zwemmer, kalm water watersport, korte tochten
Reddingvest (100 N) binnenwater, ook bij bewustelozen algemene pleziervaart
150 N open water offshore, ruwe omstandigheden
275 N extreme omstandigheden beroepsvaart, zware kleding

Wanneer dragen?

Het BPR verplicht niet voor alle opvarenden om altijd een zwemvest te dragen, maar:

  • Kinderen < 16 jaar in een open boot: vrijwel altijd dragen.
  • Bij slecht weer, koud water, ruig vaarwater of als je alleen aan boord bent: dragen aanbevolen.
  • Snelle motorboot: bestuurder ALTIJD via dodemansknop met polsband (zie volgende les).

Extra reddingmiddelen

  • Reddingboei (rondkring) met lijn, herkenbaar in oranje/rood-wit.
  • Werpzak met drijvende lijn.
  • Reddingsvlot op grote schepen of langeafstand-zeil.
Les 2

Persoon overboord (MOB) procedure

Een persoon overboord (MOB = Man Over Board) is de meest acute situatie aan boord. Snelheid van handelen is alles.

Direct (eerste 10 seconden)

  1. Roep "MAN OVERBOORD" — de hele bemanning weet het meteen.
  2. Houd visueel contact met het slachtoffer; één persoon doet alleen dat ("spotter").
  3. Gooi onmiddellijk een reddingboei of drijvend voorwerp zo dicht mogelijk bij de persoon — markeer de plek én geef houvast.

Manoeuvre

  1. Druk MOB-knop op de plotter zodat positie wordt vastgelegd.
  2. Draai het schip terug naar het slachtoffer. Bij zeilboot: gijp je terug ('quick-stop manoeuvre'). Bij motor: korte cirkel.
  3. Nader het slachtoffer langzaam tegen de wind/stroom in — zo drijf je er niet overheen.
  4. Stop motor of zet in vrij voordat je dichtbij komt — gevaar voor schroef.

Aan boord halen

  1. Gooi een lijn of werpzak, trek het slachtoffer naar het laagste punt (bij meeste plezierboten: zwemtrap of bij badplatform).
  2. Bij bewusteloosheid: voorzichtig binnenhalen, niet onder de oksels trekken (kan hartritmestoornis veroorzaken bij onderkoeling). Liefst horizontaal.
  3. Onderkoeling: in deken, droog, warm drankje als bij bewustzijn, GEEN alcohol.

Snel hulp inschakelen

  • Marifoon kanaal 16 — MAYDAY als slachtoffer ernstig.
  • 112 (telefoon) bij kustlocatie.
  • KNRM komt onmiddellijk.
Les 3

Brand aan boord & basis-EHBO

Brand op een boot is extra gevaarlijk: je kunt niet wegrennen, en water is overal maar werkt niet altijd.

Brandklasses & blusmiddelen

Klasse Soort Blusser
A Vast (hout, papier, stof) Water, schuim
B Vloeibaar (benzine, olie) Schuim, poeder, CO₂ — NIET water
C Gas Poeder, gas afsluiten
D Metalen Speciaal poeder
F Frituurvet Vetbrandblusser of deksel

Op een pleziervaartuig minimaal 1× AB(C)-poederblusser 2-6 kg of equivalent. Bij motoren: ook brandblusser in de buurt van motorruimte.

Brand voorkomen

  • Lekkages benzine onmiddellijk herstellen.
  • Gasflessen op deck plaatsen, leiding regelmatig controleren.
  • Bilge-blower 5 min draaien vóór starten benzine-motor (verwijdert dampen).
  • Roken alleen op deck, ver van brandstof.

Bij brand

  1. Bemanning waarschuwen, zwemvesten aan.
  2. Brandbron isoleren: brandstof dicht, gas dicht, motor uit.
  3. Blussen met juiste blusser. Bij benzinebrand: NOOIT water — verspreidt de brand.
  4. Verlaat het schip als brand niet beheersbaar is — eerst MAYDAY uitzenden.

Basis-EHBO

  • Bewustzijn check: aanspreken, schudden.
  • Ademhaling check: kijk borstkas, luister, voel adem.
  • Bij geen ademhaling: 30× borstcompressies + 2× beademing herhalen tot hulp komt.
  • Bij wond: druk- of drukverband.
  • Bij onderkoeling: niet wrijven, opwarmen vanuit kern (deken, warme drank).

Klaar met lezen? Test wat je onthoudt.

Oefenvragen van dit onderwerp →