⚓ Vaarbewijs 1
← Alle onderwerpen

Verkeerstekens op het water

BPR-borden langs de vaarweg: verbods-, gebods-, beperkings- en aanwijzingstekens.

Les 1

Categorieën BPR-borden

Het BPR onderscheidt zes categorieën borden, met elk een eigen vorm en kleur:

Categorie Vorm Betekenis
A Rood met witte streep door Verbod (b.v. invaren verboden, ankeren verboden)
B Rood met witte rand Gebod (b.v. snelheid verplicht, geluidssein geven)
C Rood met witte balk Beperking (b.v. max diepgang, max snelheid)
D Vierkant geel met zwarte rand Aanbeveling (vrijblijvend advies)
E Vierkant blauw met wit symbool Algemene aanwijzing (informatie)
F Wit met zwarte rand Nevenaanwijzing (verfijning bij hoofdbord)

Hoe je ze leest

  • Rood = verbod of streng. Verschil verbod (A) vs gebod (B): A heeft een witte streep, B heeft alleen een rand.
  • Geel = advies. Geel is geen verplichting maar 'we raden aan'.
  • Blauw = info. Aanwijstekens zoals "hier mag je aanleggen", "veerpontje hier", "drinkwaterpunt".
Les 2

Veelgebruikte borden in detail

Voor het examen moet je een aantal specifieke borden direct herkennen.

Verbodsborden (A)

  • A.1 — Doorvaart verboden (rood vlak met witte horizontale streep).
  • A.5 — Verboden ligplaats te nemen (rood met witte 'P' doorgestreept).
  • A.6 — Verboden te ankeren.
  • A.7 — Verboden af te meren.
  • A.9 — Hinderlijke waterbeweging (golfslag) vermijden.

Gebodsborden (B)

  • B.1 — Algemene plicht een bepaalde koers te volgen.
  • B.4 — Verplichting voor te varen tot binnenkomst.
  • B.5 — Stoppen voor de denkbeeldige lijn (b.v. voor sluis).
  • B.11 — Marifoonmeldplicht.

Beperkingsborden (C)

  • C.1 — Diepte van het water beperkt tot ... m.
  • C.2 — Doorvaarthoogte beperkt.
  • C.3 — Breedte van vaarweg of doorvaartopening beperkt.
  • C.5 — Geen voldoende ruimte vrijhouden — beperking ligplaats.

Aanwijzingstekens (E) — meestal blauwe vierkanten

  • E.1 — Aanbevolen doorvaart.
  • E.5 — Veerpont.
  • E.6 — Ankeren toegestaan.
  • E.7 — Aanleggen toegestaan ("P" wit op blauw).
  • E.11 — Einde van een beperking of verbod.

Geheugentip

Rood = nee of moet. Geel = mag. Blauw = mag/info. Wit = aanvulling.

Les 3

Borden bij sluizen en bruggen

Op bedienbare objecten gelden eigen kleurseinen.

Sluis- en brugseinen

  • Twee rode lichten = doorvaart verboden, sluis/brug gesloten.
  • Rood + groen = doorvaart bijna mogelijk (maak je klaar).
  • Twee groene lichten = doorvaart toegestaan.
  • Geel licht = sluis/brug buiten dienst, anders manoeuvreren.

Eenrichtingsverkeer

Sommige smalle vaarwegen of bruggen hebben eenrichtingsverkeer. Dan staat één set lichten:

  • Rood: niet doorvaren, wacht.
  • Groen: doorvaart toegestaan in jouw richting.

Tip bij sluizen

Luister op de marifoon naar het juiste blokkanaal of het door de sluis aangegeven kanaal. Veel sluizen geven instructies door (b.v. "naar binnenvaren stuurboord", "wacht buiten de vaargeul").

Klaar met lezen? Test wat je onthoudt.

Oefenvragen van dit onderwerp →